Op sociale stage naar Kenia: my mother loves me very much

De opzet is eenvoudig: stuur vier Belgen op sociale stage in een derdewereldland. Dompel ze onder in een andere cultuur en zet engagement voorop. Met die instelling stuurde Fedactio twee begeleiders en twee leerlingen naar Kenia. Het land van de zon. Maar ook het land waar extremen naast elkaar leven. In deze serie blogs vertelt onze communicatieverantwoordelijke over haar ervaringen.

(Etappe 2): My mother loves me very much


De ochtenden in Nairobi zijn fris en luid, met veel files en impressies. We zijn al vroeg op de baan, want vandaag gaan we op bezoek bij de Huda Integrated School, een internaat in een van de armere wijken. Wij bezoeken hun weeskinderen.

14 heeft de school er in totaal, allemaal tussen 6 en 9 jaar, allemaal van straat geplukt. Want dat was een van de voorwaarden van de initiatiefnemer en oprichter van de school: alleen kinderen die helemaal geen familie meer hebben mogen opgenomen worden in het programma. Van Aslan leren we dat sommige gezinnen hun kinderen wilden verstoten om toch maar te kunnen kwalificeren voor de toelatingsvoorwaarden. Het belooft een bijzonder confronterende dag te worden.

De school ligt op een steenworp afstand van de mooiste moskee in de stad. Als een beschermende arm legt ze haar schaduw over het schoolgebouw. Binnen is het koel, net en ordelijk: schoenen afdoen voor je op het tapijt stapt, je handen wassen voor het eten. We gaan al zitten aan tafel en wachten tot de kinderen komen. Het is zondag. Er is cake en er staan gekookte eieren op tafel.

Wanneer de kinderen binnenkomen verspreiden ze zich tussen ons. Wit zit naast zwart, een geïmproviseerd mensenschaakbord. Iedereen zwijgt, want al snel wordt duidelijk dat wij geen Kiswahili kennen en zij het Engels slechts beperkt beheersen. In Kenia zijn zowel het  Kiswahili als het Engels onderwijstalen, maar deze kinderen ijn opgegroeid met het lokale dialect. Sommigen waren zelfs het Kiswahili niet meester toen ze hier toekwamen.

De sfeer is licht ongemakkelijk terwijl ‘Moeder’ de sneetjes brood verdeelt. Aan de vrouw die voor hen zorgt zijn ze erg gehecht, zo blijkt uit de vragende blikken die ze haar toewerpen. Ze knikt hen bemoedigend toe.

Ik wijs naar het sneetje brood met een vragende blik. Mag ik eten? wil ik vragen.
‘Mkate’, zegt het jongetje naast me.
Met een glimlach steek ik mijn duim omhoog: ‘Mkate.’
Pas veel later ontdek ik dat mkate brood betekent, en niet oké.

De tongen worden losser met het eten en algauw lachen de kinderen onder elkaar. Met behulp van de vertalingen die Moeder doet, ontfutselen we enkele namen. Nu de druk van de ketel is, gebaren de kinderen erop los, in de hoop dat we hen zo wel zullen verstaan. Van hun begeleidster leren we dat we niet de eerste blanken zijn die dit weeshuis bezoeken, maar wel dat we de eersten zijn die de dagactiviteiten zullen meedoen: het ordenen van hun kluisje met hun schaarse bezittingen, het kuisen van hun zondagse schoenen, het nakijken van hun huiswerk en het creatief tekenen. De jongens doen alles graag en wat me opvalt is hoe weinig ze nodig hebben om tevreden te zijn.

Het is een cliché, akkoord, maar Muhammadin is tevreden met zijn t-shirt van One Direction, Omar met het voetbalshirt dat net iets te klein is, Isa met de plastic auto waarvan de wielen niet geheel soepel draaien. Maar nog meer dan de geschenken die ze van ons krijgen, zijn ze tevreden met de tijd die we met hen doorbrengen, ik op bepaalde ogenblikken met een krop in de keel.

‘My mother loves me very much’, lees ik in een huiswerkschriftje.
De vrouw die in de deuropening alles gadeslaat glimlacht en duwt een jongetje zachtjes mijn richting uit. Aan hem leen ik mijn camera uit, waarop alle kinderen toestromen en van alles en nog wat foto’s beginnen te nemen.
Wanneer het wat te wild begint te worden, kom ik tussen om mijn camera te redden.
De jongen die hem vast heeft, duwt hem zonder discussie terug in mijn hand.
 ‘You come back?’ vraagt hij.
Ik controleer mijn camera. De laatste foto die op het scherm staat is een wazige foto van ons allen samen, een momentopname.
‘You come back?’ vraagt hij opnieuw.
Ik heb het hart niet om hem te vertellen dat ons bezoek eenmalig is.

Soms is het moeilijk te accepteren dat een ontmoeting van voorbijgaande aard is. Anderzijds is het ook mooi: dat twee radicaal verschillende culturen elkaar één dag gevonden hebben en dat de ontmoeting van die aard was dat toch een van de partijen blijvende herinneringen heeft,  anders naar het leven kijkt.

Die avond bel ik mijn moeder op.
Voicemail.
Toch noteer ik in mijn notitieboekje: ‘My mother loves me very much.’

Mogelijk gemaakt door Blogger.
/

Neem contact op met ons hoofdkantoor.

Paleizenstraat 27, 1030 Schaarbeek, België
Ma - Vrij (9:00 - 17:00)

Blijf op de hoogte!

© Fedactio. All Rights Reserved Privacybeleid