Onoverkoombare culturele verschillen? Yok Yok.

Meer dan twee maanden geleden mocht ik beginnen bij Fedactio. Als een Michelin Inspecteur mocht ik proeven van de bedrijfspersoonlijkheid, Fedactio’s visie, maar vooral van de Turkse cultuur, in al haar facetten. Schuif alle stereotiepen aan de kant: hieronder mijn bevindingen van mijn vijfsterrenresort. 


Geen proselitisme, wel pro openheid

Handen schudden als een vorm van respect.
Designed by Freepik
Respect voor elkaar
Nooit is mij gevraagd wat mijn geloofsovertuiging was. Op geen enkel moment heb ik het gevoel gehad dat ik me moest verdedigen, hetzij voor het feit dat ik een jonge vrouw onder de dertig ben (ander sollicitatiegesprek: ‘En denkt u aan kinderen?’), hetzij voor mijn leeftijd tout court (nog een andere sollicitatiegesprek: ‘Ik vrees dat u niet matuur genoeg bent voor deze functie’). Tijdens het sollicitatiegesprek kwam vooral respect naar voren en dat is ook de houding van mijn werkgever en mijn collega’s tijdens mijn werkuren: sommigen van mijn collega’s geloven in Allah, ik niet. Sommige vrouwen dragen een hoofddoek, ik niet. Bijna iedereen doet mee aan de Ramadan (eigenlijk ‘Ramazan’ in het Turks), ik niet. En dat hoeft geen probleem te zijn.

Meer nog: ik heb voor geen enkele andere werkgever met zo’n open bedrijfscultuur mogen werken. Kritiek mag geuit worden. Er mogen vragen gesteld worden. Geen topic is onbespreekbaar. Vooral dat laatste is een vereiste voor een wisselwerking tussen ‘baas’ (ook al is de hiërarchie in Fedactio niet strikt) en ‘medewerker’. Zo leerde ik de meer over de discussie omtrent het onverdoofd slachten en hoorde ik van een collega waarom zij haar hoofddoek als deel van haar identiteit beschouwt. Werken bij Fedactio heeft me geleerd dat niets zwart-wit is, dat nuance aangebracht moet worden in elke discussie en dat alle kanten gehoord mogen worden.

Marcarna, yes please


Designed by Freepik
Macarna
Het is sprekend dat een van mijn eerste Turkse woorden ‘macarna’ (‘pasta’) was. Het is een woord dat vaak valt op donderdag, wanneer we vergaderen met alle collega’s. Alleen al de vermelding van ‘macarna’ kan de productiviteit aan tafel opdrijven. Want Turkse Belgen eten graag, en het liefst in goed gezelschap.

Zelden zit ik aan mijn bureau te werken zonder een aanbod te krijgen om de een of andere Turkse delicatesse te proeven. De keuken op de vijfde verdieping draait overuren, net zoals de theemachine van Turkse makelei. Elke dag beginnen met een kopje zwarte thee, daar kikkert een mens van op. Des te meer als dat kopje naar hartelust mag bijgevuld worden.

Gendergelijkheid waar het ertoe doet

Man en vrouw zijn evenwaardig.
Designed by Freepik
Gendergelijkheid

Moslims wordt vaak verweten vrouwonvriendelijk te zijn. De hoofddoek zou onderdrukking in de
hand werken en traditionele rolpatronen zouden nog wijdverspreid aanwezig zijn. Als dit alles waar is, waarom draagt de grootste feministe op kantoor haar hoofddoek met trots, waarom besliste een andere collega haar taken terug op te pakken na haar eerste kind in plaats van te opteren voor een rol als huisvrouw en waarom hebben zowel mannen als vrouwen evenveel te zeggen op de wekelijkse vergadering?

Daarnaast is het opvallend dat de machocultuur in deze organisatie volledig ontbreekt. Geen pocherij over bedprestaties of opmerkingen over het uiterlijk van vrouwelijke collega’s. Alles wat in de privésfeer thuishoort, blijft daar ook. Daarom is het ondenkbaar dat een Weinstein of Bart De Pauw-schandaal zich hier ooit zou voordoen. Het respect voor de andere is te groot, en er is nooit machtonevenwicht tussen de seksen.

Als laatste wil ik nog vermelden dat moderne gezegde ‘Chivalry is dead’ niet opgaat voor Turkse Belgen. Nu kan je wel beweren dat een rasechte feminist die loodzware bureaustoel zelf moet kunnen tillen, maar de dag waarop ik biceps de grootte van een kinderhoofdje heb, is nog niet in zicht. Dit alles om te zeggen dat hoffelijkheid altijd geapprecieerd wordt.

Taal als compromis

Designed by Freepik
Meeting
Ik spreek geen Turks. Ik kan zelfs niet in het Turks zeggen dat ik geen Turks spreek. Tijdens vergaderingen waar de enige gemeenschappelijke taal meestal het Turks is, is dat dus knap vervelend. Het werkt vertragend als alles in het Nederlands én Frans moet vertaald worden en sommigen zouden durven beweren dat zulke inefficiënties het beste verholpen wordt.

Toch ben ik overtuigd van het tegendeel: door het voortdurende schipperen tussen de talen doen alle partijen aan tafel hun best om elkaar te verstaan, er is meer aandacht voor de boodschap en de bereidheid om compromissen te sluiten is door die houding groter. Bovendien getuigt het van betrokkenheid dat mijn collega’s de moeite doen om alles voor mij te vertalen. Als bonus leer ik ook een beetje Turks bij.

Wel moet ik toegeven dat het verschil in taal in het begin tot miscommunicaties leidde. Dat ‘yok yok’ in het Turks ‘nee nee’ (of ‘geen’) betekent, had ik de eerste weken niet door. Met West-Vlaamse ouders interpreteerde ik ‘yok yok’ als het West-Vlaamse ‘Jaok’, wat zoveel betekent als ‘ja’. Groot was de verrassing toen ik ontdekte dat het woord exact het tegenovergesteld betekende. Gelukkig wordt ‘nee’ niet vaak gebruikt in deze organisatie. Vooruitgang, daar gaan we voor.

Als ik de balans opmaak ben ik blij dat ik ben terechtgekomen in een organisatie die zoveel zorg geeft aan haar medewerkers. Het lastigste gedeelte van mijn dag is de weg naar mijn kantoor.  Die gaat gestaag omhoog, net zoals Fedactio’s toekomst, dat wens ik deze organisatie echt toe.

Author: Esa Denaux
Mogelijk gemaakt door Blogger.
/

Neem contact op met ons hoofdkantoor.

Paleizenstraat 27, 1030 Schaarbeek, België
Ma - Vrij (9:00 - 17:00)

Blijf op de hoogte!

© Fedactio. All Rights Reserved Privacybeleid